Het lobbycircus in de Eerste Kamer, part deux
Wat schitterend dat kritiek op de Eerste Kamer nou eindelijk eens een beetje op gang komt. Want als er één instituut in Nederland is dat wel het summum is van de door CDA, VVD, PvdA en D66 gedomineerde regenteske, bestuurlijke netwerkcultuur, dan is het wel de Eerste Kamer.
Na de vorige golf van kritiek op het lobbycircus in de Senaat, eerder door ons hier besproken, hebben diverse Eerste-Kamerleden de media gezocht met het argument dat de Eerste Kamer ‘bedoeld’ is voor mensen met een bijbaantje. Het is immers een part-timefunctie, en de chambre de réflection is bij uitstek voor mensen met veel ’bestuurlijke ervaring’. En je wilt mensen die veel gedaan hebben voor de maatschappij niet uitsluiten, toch?
Stop, wacht, denk na. Een regentesker argument is eigenlijk niet denkbaar. Het betekent dat je in Nederland blijkbaar moet behoren tot een old boys network vóórdat je redelijkerwijs in aanmerking komt voor zittingname in een democratische volksvertegenwoordiging.
Dat is in de praktijk ook zo: kijk maar naar de epische lijst van commissariaten, bijbaantjes en nevenfuncties van de netwerkkoning CDA-lijsttrekker Elco Brinkman, of de ook niet magere cv’s dienaangaande van VVD-lijsttr
ekker Loek Hermans, PvdA-lijsttrekster Marleen Barth en D66-lijsttrekker Roger van Boxtel. En dan hebben we het nog niet eens over de rest van de lijsten. Stuk voor stuk mensen die de lange mars door de publieke, private en semi-publieke instituties in Nederland wel gemaakt hebben. En zij, met duizend verschillende petten, gaan zo dadelijk in de Eerste Kamer medebeslissen over wetgeving die al hun werkgevers aangaat.
Geen wonder dat er in de Tweede Kamer nu een beweging op gang is, en al wetgeving aangenomen is, om het aantal bijbaantjes van senatoren te beperken tot vijf. Deze wetgeving wordt, jawel, al een jaar getraineerd door de Eerste Kamer. Het bedrijfsleven heeft, ook niet zo verwonderlijk, opgeroepen tegen het wetsvoorstel te stemmen. Uit een analyse van de SP blijkt nu dan ook hoeveel bijbaantjes Eerste-Kamerleden eigenlijk hebben. En dat is niet weinig.
Zie de Volkskrant:
Van de zittende leden van de Eerste Kamer heeft 8 procent vijf of meer zware commissariaten of bestuursfuncties. De Tweede Kamer nam in 2009 een voorstel aan om het aantal zware bijbanen in de senaat te beperken tot vijf.
Het gemiddelde aantal bijbanen per senator is zeven. Koplopers in het verzamelen van nevenfuncties zijn senatoren van het CDA, de VVD en de PvdA. De bijbanen variëren van kerkbestuurder tot toezichthouder bij een groot bedrijf.
Dit blijkt uit een analyse van de Socialistische Partij. Het SP-Tweede Kamerlid Ewout Irrgang diende in december 2009 een voorstel tot wetswijziging in om het aantal bijbanen te beperken. Irrgang vreest kwaliteitsverlies als veel toezichthoudende functies en commissariaten naar een kleine groep mensen gaan.
(…)
Het voorstel van Irrgang werd door een meerderheid in de Tweede Kamer aangenomen, maar wacht al ruim een jaar op behandeling in de Eerste Kamer. ‘Ik kan concluderen dat senatoren de boel traineren’, zegt Irrgang. Uit zijn analyse blijkt dat vier Eerste Kamerleden (VVD, twee maal CDA, PvdA) boven zijn norm uitkomen en twee (CDA, D66) het maximum hebben bereikt.
Irrgang heeft ook Elco Brinkman de loep genomen. Die is weliswaar lijsttrekker voor het CDA, maar nog geen lid van de senaat. Hij heeft negen functies, waarvan er vijf onder de code van Irrgang vallen.
(…)
Vorig jaar riep het bedrijfsleven de senatoren op, tegen het voorstel van Irrgang te stemmen. Het vreest ‘een schaarste’ aan commissarissen. Pikant is de handtekening van VVD-senator en lijsttrekker Loek Hermans onder de brief in zijn rol als voorzitter van MKB-Nederland. Hij heeft achttien bijbaantjes, waaronder enkele zware commissariaten.
(…)
Het beperken van bijbanen doorbreekt volgens Irrgang de concentratie van macht bij een kleine groep mensen, het zogeheten old boys network. ‘De cultuur van ons-kent-ons komt de kwaliteit van het toezicht niet ten goede. Kijk naar de financiële instellingen: bij de crisis is gebleken dat het toezicht onvoldoende is uitgeoefend. Kijk ook naar de zorginstellingen die bijna failliet gingen, zoals Meavita, waar Hermans toezichthouder was, en Philadelphia, waar Brinkman actief was’, zegt hij. Voor zijn analyse maakte hij gebruik van de informatie op de site van de Eerste Kamer en het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
De wetswijziging van Irrgang is gebaseerd op de zogeheten Code Frijns: de gedragsregel die voorschrijft dat commissarissen en toezichthouders nog maar vijf soortgelijke functies mogen bekleden. Die code geldt alleen voor beursgenoteerde bedrijven. Irrgang gaat verder. Hij wil zijn voorstel ook toepassen op niet-genoteerde stichtingen en instellingen. Morris Tabaksblat, de bedenker van ethische normen in het bedrijfsleven, zei vorig jaar in het tv-programma EenVandaag dat een teveel aan nevenfuncties slecht is voor het toezicht. ‘Als je die lijst doorspit, dan denk ik: hoe krijg je dit allemaal voor elkaar in een normale werkweek, of zelfs in een extra werkweek?’
(…)
Uit de analyse blijkt Loek Hermans de meeste (achttien) bijbanen te hebben. Behalve commissaris is hij adviseur bij twee accountants. Senator en hoogleraar Karel Leunissen (CDA) en Eerste Kamervoorzitter René van der Linden (CDA) zijn runners up met zeventien nevenfuncties. Daar zijn geen zware bestuursposten bij.
(…)
Het lidmaatschap van de Eerste Kamer is geen voltijdbaan. Senatoren krijgen een vergoeding van een kleine 2.000 euro per maand, en een eindejaarsuitkering. De senaat vergadert een dag per week, op dinsdag. Het hebben van nevenfuncties is nog niet gereglementeerd. Senatoren stellen dat zij daarmee midden in de maatschappij staan en zo expertise uit de praktijk kunnen inbrengen.













