De willekeur van drie procent
Eén van de ironieën van de sinds afgelopen weekend ontstane politieke crisis waar Nederland zich in bevindt, is dat ik – en ik niet alleen – het eigenlijk wel eens ben met Geert Wilders over de 3-procentsnorm. Een enorme keur aan economen en beleidsmakers, van het IMF, de Amerikaanse regering tot aan allerlei wetenschappers, hebben de afgelopen maanden terecht betoogd dat vasthouden aan een maximaal begrotingstekort van 3 procent van het BBP als recept om “uit de crisis te komen” een vorm van monetaristisch neoliberaal cijferfetisjisme is (zie afbeelding).
Nederland doet het per saldo helemaal niet slecht. De staatsschuld is lang niet zo groot als in vele Europese landen en de VS, de werkloosheid is niet hoog, en ook het begrotingstekort valt in de huidige Europese context echt wel mee. Waar we mee te maken hebben is een economische recessie, en die wordt grotendeels veroorzaakt door een gebrek aan consumentenvertrouwen, door de belachelijk hoge hypotheekschuld in dit land. Die wordt weer veroorzaakt door de hypotheekrenteaftrek, het behoud van welke voor CDA en VVD bij de vorige verkiezingen een breekpunt was. Dát is wat ons nu belemmert, en niet in de eerste plaats de staatsschuld of het begrotingstekort.
Als we weer economische groei willen hebben, is het laatste wat we moeten doen rücksichtlose bezuinigingen doorvoeren, VVD-style. Daar waarschuwt het IMF, nota bene, al tijden tegen. In Europa deelt Duitsland echter de lakens uit, en daar zijn politici aan de macht die in hetzelfde monetaristische cijferfetisjisme geloven als de VVD in Nederland. Dus moet er gehakt worden, ten koste van economische groei. Dit komt voort uit een bewust doorgevoerde beperking van de mogelijkheden van de politiek om de financiële markten af te weren. In plaats van een grotere rol voor de Europese centrale bank, iets waar ze in de VS en Groot-Brittannië wel gebruik van maken, zijn regeringen hier met handen gebonden om het vertrouwen van de markten te behouden. Hun enige optie, bij gebrek aan euro-obligaties of andere mogelijkheden tot verruiming van de acute nood (hoewel het ECB natuurlijk stiekem, tegen de zin van Duitsland en Nederland in, bezig is geweest met geld in het bankensysteem te pompen), is hakken in de begroting. Ten koste van alles.
De Europese Commissie (EC) legt dit ook op, en daar komt dat hele Catshuisberaad uit voort. Wilders en de PvdA, hoewel ze verschillen van mening over hervormingen, merken terecht op dat het ook wel wat rustiger aan kan met die miljarden. Juist om economische groei te stimuleren, in plaats van te dempen. Wilders is een Keynesiaan geworden. Er is heel wat voor te zeggen om in te zetten op hervormingen die op de lange termijn beter zijn, en later het begrotingstekort in evenwicht brengen, dan nu als een malle te gaan hakken.
De PvdA, Wilders, en andere linkse partijen in Nederland staan daarin niet alleen. De mogelijke verkiezingsuitslagen in Frankrijk, met een overwinning van Hollande, wijzen ook in de richting van een voorkeur van het electoraat in die richting. En in Praag wordt er ook flink gedemonstreerd. Iemand als Coen Teulings, directeur van het Centraal Planbureau (CPB), pleit hier al t
ijden voor. Idem dito Christine Lagarde van het IMF, en Geithner van de Amerikaanse regering. En zelfs kredietbeoordeelaars als Standard & Poor’s zien puur snijden als “kannibalisme”. Zoals de New York Times analyseert: Angela Merkel en haar geestverwanten komen steeds meer alleen te staan.
De vraag – en die vraag speelt al vanaf het begin van de eurocrisis – is hoe lang Duitsland, de EC, en de conservatieven en liberalen die nog de toon zetten met hun nergens in de wereld in deze strikte zin voorkomende monetaristische opvattingen, nog hun zin gaan krijgen. Laat maar lekker een tikje oplopen dat begrotingstekort, zou ik zeggen. Nu alleen inzetten op bezuinigen om die 3 procent maar in no time te halen, zonder structureel te hervormen, richt onherstelbare schade aan aan de economie én aan publieke voorzieningen en de verzorgingsstaat. Wanneer de economie weer groeit, in plaats van krimpt of matig groeit, kan er afgelost worden. En nog beter zou daarbij zijn wanneer de ECB een grotere rol zou krijgen, en/of eurobonds ingesteld zouden worden, zodat de armslag om financiële markten af te weren ook ruimer wordt.











