Zwarte Soldaten: documentaire over Nederlandse oud-Waffen-SS’ers
De zeldzame keren dat ik nog televisie kijk, moet er ook wel iets goeds op zijn. Gisteravond was dat het geval: op Nederland 2 werd de briljante documentaire Zwarte Soldaten van Joost Seelen (53), over Nederlanders die zich vrijwillig aanmeldden bij de Waffen-SS, uitgezonden.
Van tevoren stond er een enigszins kritisch interview in de Volkskrant met twee researchers, Cees Kleijn (29) en Stijn Reurs (25), bij wier onderzoek deze documentaire begonnen was, maar die zich nu distantieerden van het eindproduct. Volgens hen wordt er in Zwarte Soldaten nog teveel een zwart-wit beeld geschetst van de oud-SS’ers, en wordt de jodenvervolging er te vaak bij gehaald. Hun intentie was juist geweest een van morele oordelen losstaand beeld te schetsen van deze mensen.
Ik moet zeggen dat ik het met die kritische noten allemaal nogal mee vond vallen. De oud-SS’ers komen uitgebreid aan het woord, zonder geïnterrumpeerd te worden. Ja, er wordt afgewisseld met nare beelden en dreigende muziek, maar come on: de Tweede Wereldoorlog was ook geen pretje. Wat bovenal uitstak, en wat deze documentaire zo fascinerend en meeslepend maakte (ik heb een uur gekluisterd aan de buis gezeten), is het verhaal dat deze mensen vertellen.
Elke opa die aan het woord komt had een eigen motivatie om zich bij de Waffen-SS aan te melden. Waar de één het mooi vond om in uniformpjes rond te lopen en zingend over straat te marcheren, werd de ander daadwerkelijk gemotiveerd door de rassenleer. Nog een ander was meer een soort mislukkeling die ook niet wist waar hij terecht was gekomen. Een uitzondering hierop kan gemaakt worden voor één, of eigenlijk twee geïnterviewden, die je zonder omwegen kunt kwalificeren als ‘totaal gestoord’. Een daarvan vertelt – nog steeds – vol trots hoe hij met een ‘ploertendoder’ joden in elkaar sloeg. “Want ja, ik had gewoon een hekel aan joden, zo werkte dat.” Voor deze man moet een speciaal plekje in de hel gereserveerd zijn.
Dat brengt dan ook gelijk bij wat mogelijk op de achtergrond van het conflict tussen de twee jonge researchers en de oudere documentairemaker speelt: een generatieverschil in het beoordelen van de Tweede Wereldoorlog en de vervolging van onder meer de joden. Als we Bert Brussen moeten geloven, speelt dit stuk geschiedenis bij de huidige generatie geen rol meer als moreel ijkpunt. Bij de vijftigers en zestigers van nu nog wel, en uit het interview met Joost Seelen blijkt ook dat een intentie van hem was het ‘ultieme kwaad’ in beeld te brengen.
Ik moet zeggen dat ik dat, als lid van de jongere generatie, niet per se verkeerd vind. Ja, de Tweede Wereldoorlog is lang geleden, maar het is niet zó lang geleden. De mensen die in deze documentaire aan het woord komen leefden in een wereld die voor het grootste deel vergelijkbaar is met de huidige. Ze hadden een keuze, en ze hebben bewust een foute keuze gemaakt. De een is daarbij naïever geweest dan de ander. Maar sommigen van deze geïnterviewden zijn zonder berouw, staan zelfs nog achter hun misdaden. Het wordt dan moeilijk een moreel grijs gebied aan te houden.
Enfin, kijk zelf naar deze superinteressante documentaire:











